|
http://20six.nl/denkpuzzels
mogelijk gemaakt door 20six.nl
|
denkpuzzels
Allerlei denkpuzzeltjes
De oplossingen - denk eerst zelf maar, neem anders contact met me op
1. Voetzolen
Je bezoekt een eiland waar twee inheemse stammen leven. Een van de stammen bezit zwarte voetzolen en liegt altijd; de andere stam heeft blanke voetzolen en zegt altijd de waarheid. Er staan drie inboorlingen op een rij. Je kunt hun voetzolen uiteraard niet zien, en je ontdekt dat het nogal onbeleefd blijkt te zijn iemand te vragen naar de kleur van zijn zolen, maar omdat je nieuwsgierig bent, vraag je het de eerste man:
"Meneer, welke kleur hebben uw voetzolen?" Nu verstaat hij wel Nederlands, maar hij kan het niet spreken, dus antwoordt hij in zijn moedertaal: "Glub Glub."
Je richt je tot de tweede man en vraagt hem, "Meneer, wat heeft hij zojuist gezegd?" De tweede man antwoord: "Hij zei dat hij witte zolen heeft."
Om zeker te zijn, vraag je aan de derde man: "Meneer, welke kleur voetzolen heeft de tweede man eigenlijk?" De derde man antwoord: "Hij heeft zwarte voetzolen."
De vraag is nu, welke kleur hebben de voetzolen van de derde man?
2. 1 liter melk
Een vrouw heeft precies 1 liter melk nodig uit een voorraadketel, maar ze heeft geen maatkan. Hoe kunt u haar helpen met behulp van twee flessen, één van ¾ liter inhoud en één van 1¼ liter inhoud?
3. Zandlopers
Als je beschikt over een zandloper van 7 minuten en een zandloper van 11 minuten, wat is dan de snelste methode om een ei 15 minuten te laten koken?
4. Knikkers
Voor je liggen 10 zakken met 10 knikkers. In negen zakken zitten alleen knikkers van 10 gram. In één zak zitten echter alleen knikkers van 9 gram. Je hebt verder één weegschaal tot je beschikking en je mag maar één keer wegen.
De Vraag: Hoe kom je er achter in welke zak alleen knikkers van 9 gram zitten?
5. Route
Een reiziger, op weg naar Antwerpen, komt bij een splitsing waar hij zowel links als rechts af kan slaan. Hij weet dat slechts één van de twee wegen naar Antwerpen leidt, maar helaas weet hij niet welke. Gelukkig ziet hij twee tweeling-broers bij de splitsing staan, en hij besluit hen de weg te vragen.
De reiziger weet dat één van de broers altijd de waarheid zegt, en dat de andere altijd liegt. Maar hij weet helaas niet welke van de twee altijd de waarheid vertelt en welke niet.
Hoe kan de reiziger er achter komen welke weg naar Antwerpen leidt door slechts één vraag te stellen?
6. Lange lonten
Je hebt de beschikking over een aantal lange lonten waarvan je slechts weet dat ze precies een uur branden nadat je ze aan het uiteinde aansteekt. Je weet echter niet of ze met constante snelheid branden, dus de eerste helft van een lont kan in 10 minuten zijn opgebrand terwijl pas vijftig minuten later het complete lont is opgebrand... De vraag is: Hoe kan je met deze lonten precies drie kwartier afmeten?
7. 1 lamp, 3 schakelaars
Een man staat beneden aan een trap. Naast de trap zijn 3 lichtschakelaars. Op de zolder is er een lamp. Met een van de schakelaars kan hij de lamp op de zolder aandoen. De man mag maar 1 keer naar boven lopen, en dan moet hij kunnen zeggen welke schakelaar de goede is. Hoe doet hij dat ?
8. De Paters
In een abdij zitten een aantal paters (hoeveel is niet echt belangrijk) onder leiding van een abt. Ze gaan één maal per dag samen eten en dat is de enige keer dat ze elkaar zien. Bovendien mogen ze niets tegen elkaar zeggen (ook geen gebaren maken, ...). Om de zoveel jaren breekt er echter de 'vlekkenziekte' uit: een aantal paters krijgt dan een rode vlek op zijn voorhoofd. Een pater kan echter niet in de spiegel zien of hij het heeft of niet (en ook niet in de reflectie van water of iets anders). Maar als een pater weet dat hij de ziekte heeft, moet hij die nacht zelfmoord plegen. De abt zegt de eerste dag dat de ziekte in de abdij is, m.a.w. een aantal paters heeft de ziekte. ( de ziekte is niet besmettelijk).
Stel dat er 5 paters de ziekte hebben, na de hoeveelste dag plegen ze zelfmoord?
9. Een rare brug
Aan één kant van een rivier staan 4 mannekes en er ligt ook één zaklamp. Het is donker en ze moeten over de brug naar de overkant. Er kunnen echter maar 2 mannekes tegelijk over de brug en ze moeten uiteraard de zaklamp meenemen. De zaklamp moet telkens ook weer terug gebracht worden omdat de overblijvenden ook met de zaklamp over de brug moeten. De mannekes zijn echter niet allemaal even snel; ze doen er respectievelijk 1,2,5 en 10 minuten over om over de brug te geraken. Op 17 minuten moeten ze allemaal aan de overkant staan, hoe lukt hen dat?
De brug is zeer lang zodat de zaklamp terug moet gebracht worden en niet gegooid of zo. (er zijn geen truukjes zoals zwemmen, een manneke op een ander manneke zijn rug, ...)
10. Kasteelpoort
Een kasteelpoort wordt door een wachter bewaakt. Een struikrover wil naar binnen. Hij verstopt zich onder de brug, zodat hij de wachtwoorden kan afluisteren.
Er komt een bezoeker aan. De wachter zegt: 6. De bezoeker antwoordt met:3. De reiziger mag doorlopen.
Een tweede reiziger wil het kasteel in. De soldaat zegt: 8 en de bezoeker reageert met: 4. Ook hij mag doorlopen.
Dan komt er een derde bezoeker. De wachtpost zegt: 12, de bezoeker zegt: 6 en mag doorlopen.
Nu grijpt de rover zijn kans. Hij kruipt tevoorschijn en loopt naar de poort. De bewaker houdt hem tegen en zegt: 10. De rover antwoordt: 5. Jammergenoeg mag hij van de poortwachter niet naar binnen. Waarom niet?
11. eten
Een man eet elke dag een ei. Toch koopt hij nooit eieren, steelt of leent ze nooit en heeft ook geen kippen.
12. meenemen
Hoe kun je een object van 1, 10 meter meenemen, als je alleen spullen korter dan 1 meter mag meenemen.
13. de rivier 1
Drie ontdekkingsreizigers en drie kannibalen moeten een rivier over. In de boot is plaats voor twee personen. De ontdekkingsreizigers en één kannibaal kunnen roeien.
Wanneer de kannibalen ergens in de meerderheid zijn, eten ze de ontdekkingsreizigers op. Hoe komen ze aan de overkant.
14. de rivier 2
14. De klassieker: een boer moet een wolf, een geit en een kool naar de overkant brengen. Het probleem echter is dat wanneer de boer er niet bij is, de wolf de geit opeet. Bovendien eet de geit de kool op, wanneer hij de kans krijgt. Hoe lost de boer dit op?
15. Leeftijd
Man: "Ik heb drie kinderen. Het product van hun leeftijden is zesendertig. De som van hun leeftijden is gelijk aan dit getal." Vervolgens laat de man aan de vrouw een briefje zien waar een getal opstaat.
Vrouw: "Nu weet ik het nog niet."
Man: "De oudste speelt piano."
Vrouw: "Nu weet ik het."
16 hoedenraadsel 1
Drie mannen zitten in een cirkel, elk van hen heeft een rode of blauwe hoed op. Ze weten allemaal dat er totaal 2 blauwe en 3 rode hoeden zijn waar die van hen uit gekozen zijn maar ze kunnen hun eigen hoed niet zien.
Aan de eerste wordt gevraagd of hij weet wat voor kleur zijn hoed heeft.
Hij antwoordt: "Nee."
Aan de tweede wordt dezelfde vraag gesteld. Ook deze man zegt: "Nee."
De derde man is blind, maar wanneer aan hem gevraagd wordt wat voor kleur zijn hoed heeft, geeft deze man het correcte antwoord. Wat is de kleur van de hoed van de derde man?
17. Hoedenraadsel 2
Er staan drie mannen achter elkaar voor een muur. Aan de andere kant van de muur staat ook een man. De vier mannen hebben elk een hoed op. Zie tekening
Ze weten dat er twee zwarte en twee witte hoeden zijn. Wie weet welke kleur hoed hij opheeft, mag het zeggen. De mannen mogen niet omkijken of naar hun eigen hoed kijken.
18 Hoedenraadsel 3
Vier mannen staan achter elkaar. Ze hebben elk een zwarte of een witte hoed op. Ze weten dat er totaal 3 witte en 2 zwarte hoeden zijn. Ze weten de kleur van hun eigen hoed niet en mogen ook niet omkijken of hun eigen hoed bekijken.
Man a zegt: "Ik weet de kleur van mijn hoed niet."
Man b zegt niets
Man c zegt: "Ik weet de kleur van mijn hoed niet."
Nu weet man d de kleur van zijn hoed.
19. Hoedenraadsel 4
Vier mannen staan achter elkaar. Ze hebben elk een zwarte of een witte hoed op. Ze weten dat er totaal 4 witte en 2 zwarte hoeden zijn. Ze weten de kleur van hun eigen hoed niet en mogen ook niet omkijken of hun eigen hoed bekijken.
Man a zegt: "Ik weet de kleur van mijn hoed niet."
Man b zegt: "Ik weet de kleur van mijn hoed niet."
Man c zegt: "Ik weet de kleur van mijn hoed."
Nu weet man d de kleur van zijn hoed.
20. Hoedenraadsel 5
Drie mannen zitten op een rij. Ze zien alleen wat er voor hen zit. Dus: man 1 ziet man 2 en man 3, man 2 ziet alleen man 3 en man 3 ziet verder niks. De mannen krijgen willekeurig een petje op hun hoofd. Ze weten alleen dat het petje komt uit een collectie van drie zwarte en twee witte petjes. Ze mogen niks aan elkaar vragen.
Man 1 zegt: "ik weet niet of ik een zwart of een wit petje op heb."
Man 2 zegt hetzelfde.
VRAAG
Welke man zegt als eerste welk kleur petje hij op heeft? En welke kleur is dat?
21. Hoedenraadsel 6
In een klein afgelegen dorp zitten drie onschuldige mannen in de gevangenis. Op zekere dag, neemt de gemene bewaarder hen mee naar buiten, en plaatst hen in een rij op drie stoelen, zodanig dat man C zowel man A als man B kan zien, man B alleen man A kan zien, en man A geen van de overige twee mannen kan zien. De bewaarder toont hun vijf hoeden, waarvan er twee zwart zijn, en drie wit. Vervolgens blinddoekt hij de mannen, plaatst op ieders hoofd een van de hoeden, en verwijdert de blinddoeken weer. De bewaarder vertelt de drie gevangenen dat, als een van hen in staat is om de kleur van zijn eigen hoed binnen een minuut te achterhalen, zij alle drie zullen worden vrijgelaten. Zo niet, dan worden ze alle drie neergeschoten. Geen van de drie gevangen kan zijn eigen hoed zien, zij mogen niet met elkaar praten, en zij zijn alle drie zeer intelligent. Na 59 seconden roept man A de (juiste) kleur van zijn hoed!
De Vraag: wat is de kleur van man A's hoed, en hoe weet hij dat?
22. vierkantjes
4 vierkantjes moeten blauw zijn,
3 vierkantjes rood,
3 vierkantjes wit,
3 vierkantjes groen,
3 vierkantjes geel, en
geen kleur mag méér dan eens in een kolom, rij, of op een diagonaal voorkomen.
|
|
|
|